In de zaal: Dave Roelvink

In de zaal: Dave Roelvink

Als ik bij de rechtbank Amsterdam aankom zie ik de pers al van veraf staan. Dave Roelvink moet vandaag voor de politierechter komen vanwege verkeersovertredingen. De beveiligers staan bij de rechtszaal al klaar om alles in goede banen te leiden en de pers staat te dringen om de zaal in te mogen. 

Eenmaal in de zaal kijkt Dave achterom: ‘Wat een gezelligheid zo’. De rechter opent de zaak, Dave is niet verplicht om te praten maar hij moet in ieder geval goed opletten. De Officier van Justitie legt uit waar het vandaag precies over gaat. Dave heeft met drank op te hard en heel gevaarlijk gereden. De rechter begint door aan Dave te vragen wat hier nou eigenlijk precies de bedoeling van was. Dave vertelt rustig, hij is DJ en moest die middag draaien in een club, toen heeft hij wat gedronken en is hij door zijn chauffeur naar huis gebracht. Nadat hij thuis even tv had gekeken, wat had gegeten en gedronken wilde hij voor hij weer moest draaien nog even afspreken met vrienden in de stad en stapte in de auto.

De rechter vraagt of hij het idee had dat hij nuchter was en dus weer kon rijden. Dat hij helemaal nuchter was dat dacht Dave niet, maar hij dacht dat hij zeker wel weer kon rijden. Dan gaat de rechter verder met de snelheidsovertreding. De agent die Dave volgde heeft ingeschat dat hij 180 km/h reed, later is dit naar 156 km/h bijgesteld maar het blijft zeker veel te hard. Dave zelf denkt dat hij misschien wel 130 of 135 km/h heeft gereden, maar 180 km/h kan het volgens hem echt niet zijn geweest. De rechter vraagt waarom niet, het is tenslotte wel mogelijk met zijn auto. Dave brengt daar lacherig tegenin dat hij het echt wel zou hebben gemerkt als hij 180 reed omdat hij een hele gewone Mercedes rijdt, die max 200 km/h gaat.  ‘Niet dat iedereen denkt dat ik in een racewagen rijd’ zegt hij terwijl hij naar de pers wijst.

De rechter gaat door over het gevaar dat Dave veroorzaakte. Dave denkt dat hij inderdaad wel is vergeten om zijn richtingaanwijzer aan te zetten, maar de agent die hem volgde heeft verklaard dat Dave aan het bumperkleven was, midden op de weg in de tunnel stilstond en ook agressief was tegen de agent. Volgens Dave kan dat niet helemaal kloppen, hij is er honderdduizendmiljoen% zeker van dat hij nooit abrupt zou stilstaan midden in een tunnel, want dat is gewoon levensgevaarlijk. Dave wil niet beweren dat de agent liegt, want zijn advocaat heeft gezegd dat dat niet mag, maar volgens hem is het toch echt anders gegaan. De rechter kijkt toch wat vertwijfeld en vraagt of het, op z’n Amsterdams gezegd, niet zo kan zijn dat Dave toch iets bezopener was dan hij zelf dacht. Dat maakt Dave wel aan het lachen. De rechter leest een stuk voor uit de verklaring van de agent, wat inderdaad een ander plaatje schetst dan Dave deed. Dave bijt een beetje op zijn nagels, strijkt zijn shirt glad en kijkt een paar keer op zijn horloge.

De rechter gaat nog even door over het moment waarop de agent en Dave op de vluchtstrook stonden en over de aanhouding. Dave vertelt dat hij bij zijn aanhouding meteen tegen de grond gewerkt werd, hij voegt eraan toe dat dat ook te zien is op filmpjes. De rechter geeft toe dat hij die filmpjes ook heeft gezien op YouTube en moet bekennen dat dat er inderdaad niet zo leuk uitzag. Toch denkt de rechter dat de politie hier wel een reden voor heeft gehad. De rechter wil ook nog graag van Dave horen waarom hij op het politiebureau niets wilde verklaren, daar heeft hij een logische verklaring voor. Het leek hem beter om niet onder invloed te verklaren, de rechter geeft toe dat het slimmer is om dat in nuchtere toestand te doen.

Dan komen de persoonlijke omstandigheden aan bod. Dave vertelt dat hij ontzettend veel spijt heeft. Hij heeft een verplichte cursus bij het CBR gevolgd en heeft ook vrijwillig nog een andere cursus gevolgd. Daarvoor is hij bij ouders langs geweest die hun zoon hebben verloren door een beschonken bestuurder, heeft hij met een psycholoog gepraat en via een simulator ervaren hoe groot de invloed van drank in het verkeer kan zijn.

Doordat Dave’s rijbewijs is ingenomen moet Dave nu met de taxi en hij meldt dat Uber-ritjes toch niet bepaald goedkoop zijn. De rechter is ook benieuwd of Dave misschien merkt dat hij minder of juist meer boekingen heeft. De boekingen zijn duidelijk minder, er kwamen al heel snel annuleringen binnen. Om te weten te komen of Dave eventueel een boete zou kunnen betalen wil de rechter meer weten over zijn inkomen. Dave begint wat heen en weer te schuiven op zijn stoel en kijkt achterom naar de pers. ‘Moet ik daar nu antwoord op geven, ik vind het niet zo lekker om nu te vertellen wat ik binnenhark.’ Dat snapt de rechter wel en hij is tevreden als Dave vertelt dat hij een boete echt wel zou kunnen betalen.

‘Over dit punt heb ik lang getwijfeld’ vertelt de rechter. Hij vindt het lastig of hij nou wel of niet rekening moet houden met de bekendheid van Dave, hij vraagt wat Dave daar zelf van vindt. Dave geeft aan dat hij natuurlijk wel een voorbeeldfunctie heeft, maar aan de andere kant ligt ook alles onder een vergrootglas. Hij vertelt dat het toch best even slikken is als je hoort dat de grootste zaal gereserveerd is, terwijl dit soort zaken altijd in een kleine zaal plaatsvinden.

Dan is het aan de Officier van Justitie om te vertellen wat hij een passende straf zou vinden voor Dave. Hij benadrukt hoe gevaarlijk het was wat Dave deed en noemt het een wonder dat er geen slachtoffers zijn gevallen. Hij vindt dat de maatschappij beschermd moet worden tegen zulke wegpiraten in het verkeer. Het is niet de eerste keer dat Dave veroordeeld wordt voor een verkeersovertreding, daarom moet hij hoe dan ook opnieuw zijn rijbewijs gaan halen. De Officier eist voor het rijden onder invloed €750 boete en 6 maanden rijontzegging, voor de snelheidsovertreding €1000 en 2 maanden rijontzegging en voor het veroorzaken van gevaar een taakstraf van 40 uur en 4 maanden rijontzegging. Bij het noemen van taakstraf draait Dave zich om en kijkt toch een beetje verschrikt naar zijn manager.

De advocaat van Dave reageert hierop. Hij benadrukt dat Dave al maatregelen heeft genomen, zoals de cursussen. Hij vertelt dat de boete volgens de tabellen die hiervoor gebruikt moeten worden lager zou moeten zijn en dat de vorige keer dat Dave veroordeeld is al een aantal jaar geleden is. Ook zegt hij dat Dave misschien wel geremd heeft, maar dat Dave zeker weet dat hij niet stilstond. De snelheid is volgens hem ook niet met zekerheid te bepalen, die agent kan het fout hebben. Voor te hard rijden heeft Dave al een boete moeten betalen en omdat je niet twee keer voor hetzelfde mag worden bestraft, hoeft Dave daar geen extra straf voor te krijgen volgens hem.

Als de Officier van Justitie en de advocaat over en weer nog wat dingen benadrukken blijkt dat de boete die Dave heeft betaald over een andere route ging en dat de Officier toch gelijk had over de boete van €750.

Het laatste woord voor de uitspraak is in een rechtszaak altijd voor de verdachte. Dave maakt hier gebruik van: ‘Alles is gezegd. Het is heel duidelijk dat ik fout was en het is niet goed te praten, maar ik heb oprecht heel erg veel spijt.’

De rechter wil even tijd om na te denken voor hij de uitspraak doet, dus hij schorst de zaak voor een paar minuten. Als iedereen buiten de zaal staat pakt Dave gauw zijn mobiel erbij, hij ziet dat de rechtbanktekenaar hem heeft getekend en loopt naar haar toe. ‘Zo zie ik er toch niet echt uit hoop ik?!’ Al snel meldt de bode dat de zaak weer kan beginnen, Dave is nog druk aan het appen en zijn advocaat trekt hem aan zijn arm de zaal in.

Dan is het tijd voor de rechter om zijn uitspraak te doen, maar voor hij dit doet wil hij nog iets anders zeggen. Het was in deze zaak best lastig, omdat de beleving van Dave en de beleving van de agent zo uiteenliepen. Hij zegt dat hij best wil geloven dat Dave niet liegt, maar er ook rekening mee moet houden dat Dave het misschien anders heeft ervaren doordat hij gedronken had.

Zoals wel meer mensen heeft de rechter ook het filmpje van de arrestatie gezien, hij bekent dat hij toen dacht ‘Die Roelvink snapt er niets van’, maar dat beeld is echt veranderd. ‘Of ik je op je mooie ogen kan geloven dat weet ik natuurlijk niet, maar dat je je verantwoordelijkheid tot nu toe neemt dat siert je’ zegt hij tegen Dave.

Dan gaat hij toch echt over tot de straf. Voor het rijden onder invloed geeft hij een boete van €750 en 6 maanden rijontzegging. De straf voor de snelheidsovertreding matigt hij omdat het toch lastig blijft om de precieze snelheid te bepalen, de straf daarvoor komt uit op de boete van €1000. Voor het veroorzaken van gevaar krijgt Dave een taakstraf. ‘Nu denkt u misschien dit doet pijn en wellicht baalt u ervan maar dat is precies de bedoeling daarvan’. Ondanks dat hij net zijn straf heeft gehoord, kan Dave ook daarom nog wel lachen. En daarmee komt de zaak ten einde.

Dave staat de pers uitgebreid te woord, geeft zijn advocaat een knuffel en loopt dan samen met zijn manager de rechtbank uit.

 

Advertenties

In de zaal: Slapen achter het stuur

In de zaal: Slapen achter het stuur

In de rechtbank Zutphen zit ik te wachten op de volgende zaak. Tegenover mij zit een meisje, ik denk ongeveer van dezelfde leeftijd als ik, samen met een andere vrouw en twee mannen. Ze haalt de veters van haar Dr. Martens los en strikt ze opnieuw, haalt ze los en strikt ze weer opnieuw, haalt ze weer los en strikt ze weer opnieuw. In haar hand heeft ze een pakje tissues: ik vraag me af of de zaak emotioneel zal worden. 

Vlak voor we de rechtszaal betreden trekt de vrouw haar toga aan en zo blijkt ze de advocate in deze zaak te zijn. Een van de mannen neemt plaats naast de advocate, hij is de verdachte. De andere man en het meisje gaan achterin, op de plekken voor publiek, zitten. Ze blijken de broer en het nichtje van de verdachte te zijn. De persoonsgegevens van de verdachte worden gecontroleerd en daarna kan de zaak van start gaan.

De man zit hier omdat hij ervan verdacht wordt dat hij een verkeersongeval heeft veroorzaakt. Hij is met zijn auto op een tegenligger gebotst, een auto met paardentrailer waarin twee personen zaten.

De rechter vraagt aan de verdachte of dat klopt, maar de verdachte lijkt verward… ‘Ik weet het allemaal niet meer, opeens was het BOEM.’ Door dit antwoord gaat de rechter toch een beetje bedenkelijk kijken, ‘Hoe kan dat nou gebeuren?’ Daarna valt een lange stilte en de verdachte haalt zijn schouders op. In het dossier staat dat de verdachte misschien wel in slaap is gevallen achter het stuur, de rechter vraag aan hem of dat klopt. Hij was wel erg moe na een hele drukke werkdag, maar hij weet het echt niet meer. ‘Geen enkel idee’ zegt hij.

Het moet een flinke klap geweest zijn, de man had drie gebroken ribben, een gebroken borstbeen, een klaplong, een geperforeerde darm en een gebroken schouderbeen. Dat is niet niks. De twee slachtoffers hadden vooral hoofdpijn en oorsuizen, een van hen had ook een gebroken borstbeen. De twee slachtoffers hebben aangegeven dat ze geen schadevergoeding meer willen van de man. Ze vonden het voor hemzelf erg genoeg en vonden het erg aardig dat hij hen een fruitmand had gestuurd om beterschap te wensen.

Hoe langer de zaak duurt, hoe meer de verdachte ineenduikt, hij is duidelijk niet op zijn gemak. De rechter vertelt dat in het dossier staat dat de tegenliggers zagen dat de verdachte heel langzaam steeds iets verder naar de verkeerde kant van de weg reed. Door die informatie denkt de rechter dat de verdachte inderdaad in slaap gevallen is achter het stuur, anders zou hij het in de gaten hebben gehad. De verdachte zegt dat hij zich niet meer kan herinneren of dat het geval was, hij denkt eigenlijk van niet. Als de rechter nog wat langer doorvraagt moet de verdachte toegeven dat het toch wel zou kunnen dat hij in slaap viel achter het stuur.

Over zijn persoonlijke omstandigheden wordt ook het een en ander duidelijk: zijn ouders van 84 jaar wonen bij hem en hij verzorgt hen. Hij heeft daarnaast een baan die hij leuk vindt en waar zijn werkgever ontzettend tevreden over hem is. Hij heeft een blanco strafblad en geeft zelf aan dat hij na het ongeluk veel voorzichtiger is geworden.

Vervolgens is het aan de Officier van Justitie: ‘Deze zaak kent drie verliezers’ begint hij. Hij ziet dat het de verdachte veel doet en het is duidelijk dat de verdachte het nooit heeft gewild, maar toch, het is wel zijn schuld. Het is super belangrijk dat het verkeer veilig blijft en daarom vindt hij het belangrijk dat de verdachte toch gestraft wordt. Hoe hoog de straf moet worden vindt hij  moeilijk, want iedereen maakt ten slotte fouten. Hij heeft gekeken wat rechters in vergelijkbare situaties hebben gezegd en zo komt hij uit op een eis van 60 uur taakstraf en als hij binnen 2 jaar weer de fout in gaat krijgt hij ook 6 maanden rijontzegging. Hij sluit af door de verdachte veel sterkte te wensen en hij hoopt dat de verdachte het ongeluk een plekje kan geven.

Dan is het de beurt aan zijn advocate om het een en ander te bespreken, ze lijkt een beetje geïrriteerd. Ze vindt het slecht dat de slachtoffers via de telefoon en pas na 11 dagen gehoord zijn. Waarom niet meteen na het ongeluk? De slachtoffers hebben gezegd dat er mensen achter de man reden, waarom zijn zij niet gehoord? Ook is er geen verkeersanalyse-onderzoek gedaan. Hoe kan dan duidelijk worden wat er precies gebeurd is?

De slachtoffers hebben gezegd dat de auto van de verdachte op hun weghelft kwam, maar op de foto’s staat zijn auto schuin en niet helemaal op de andere weghelft. De verdachte zelf weet niet meer of hij op de verkeerde weghelft heeft gereden. Voor de straf is het wel belangrijk om te weten of dit wel of niet het geval was. De advocate geeft aan dat het niet met zekerheid te zeggen is dat de man op de verkeerde weghelft reed, misschien verstaan de slachtoffers daar ook wel iets anders onder want ‘Wat is nou precies de verkeerde weghelft?’ stelt ze de vraag. Een van de rechters breekt in met een nuchtere opmerking ‘Wat de slachtoffers onder de verkeerde weghelft verstaan is denk ik wat de meeste mensen daaronder verstaan, de kant waar je niet hoort te rijden.’

De ogen van de advocate staan nu ongeveer op standje ‘als blikken konden doden’. Ze pakt de draad weer op en geeft aan dat de verdachte niet moe was toen hij instapte, het kwam plotseling. Misschien kwam het wel door een technisch mankement van de auto of  was het gevolg van een ziekte, dat kan ze niet uitsluiten omdat er geen onderzoek is gedaan. Van de slachtoffers zijn ook geen officiële medische gegevens bekend, dus misschien viel het in werkelijkheid wel mee, waarom is hierbij geen artsenverklaring die laat zien wat er precies aan de hand was? Ze wil dat de verdachte vrijgesproken wordt.

De rechter stelt nog wat vragen aan de verdachte over het in slaap vallen, waar de man nou precies reed, of de auto bij instappen goed werkte, of de man zich heeft laten onderzoeken door een arts voor slaapklachten. Op alle vragen geeft de man antwoord, terwijl zijn advocate haar geïrriteerde blik richting de rechters stug volhoudt.

Aan de verdachte wordt gevraagd of hij nog iets toe te voegen heeft, maar hij geeft aan dat alles is besproken. Het onderzoek wordt gesloten en over twee weken doet de rechter uitspraak.

 

 

 

Ordinaire namaak of dankbare inspiratiebron? (2)

Ordinaire namaak of dankbare inspiratiebron? (2)

Laatst schreef ik al een blog: ‘Ordinaire namaak of dankbare inspiratiebron?’, toen had ik het over energydrinks, Louboutins en WK-jurkjes. Nu weer een nieuwe blog ‘Ordinaire namaak of dankbare inspiratiebron?’, maar dit keer over muziek! Ook bij muzikanten en componisten is het nog wel eens de vraag of iets een eigen idee was of toch gejat.

Lees verder “Ordinaire namaak of dankbare inspiratiebron? (2)”

Ordinaire namaak of dankbare inspiratiebron? (1)

Ordinaire namaak of dankbare inspiratiebron? (1)

Toen ik laatst dit bericht voorbij zag komen moest ik denken aan een aantal vakantievlogs van Enzo Knol (voor de geïnteresseerden vlog 672 en 674), waar hij in Turkije is en zelf namaak schoenen en (bad-)kleding koopt. Of iets nu nagemaakt is of geïnspireerd is op, staat vaak ter discussie. In deze post zet ik een aantal opvallende zaken voor je op een rij!  Lees verder “Ordinaire namaak of dankbare inspiratiebron? (1)”

In de zaal: moviestar op het station

In de zaal: moviestar op het station

Deze maandagochtend ben ik weer bij de politierechter om een zaak te bekijken. Als de advocaat binnenloopt kijkt hij even om zich heen: ‘volle bak vandaag zeg.’ Er is inderdaad veel publiek. Hierna is het even wachten op de verdachte in deze zaak, hij wordt namelijk uit zijn cel gehaald en binnengebracht door politie. 

Als de jongen binnenkomt en is gaan zitten zegt de rechter hem dat hij zijn jas wel mag uit doen, we zitten hier namelijk wel even. De jongen haalt zijn schouders op en doet het niet. De rechter gaat verder, de jongen is hier namelijk vanwege twee dingen: verzet bij een aanhouding en vernieling. De rechter stelt de jongen om te beginnen een paar vragen, maar de jongen reageert nauwelijks. Hij stamelt een beetje, tot zijn advocaat op een gegeven moment ingrijpt. De jongen is namelijk ook Engels, dus misschien begrijpt hij het niet zo goed? Toch geeft de jongen aan dat hij geen tolk wil.

Daarom gaat de Officier van Justitie verder, hij begint met de vernieling. De jongen zat in de cel en vroeg of hij mocht roken. Dat mocht niet, dus werd hij kwaad, ging op de tafel staan en trok de rookmelder van het plafond. Hij zegt zelf dat hij gewoon gefrustreerd was en even wilde slopen. Met dat slopen ging hij nog even door, hij sloeg de afstandsbediening in vijf stukken.

Op het station verzette hij zich dus bij een aanhouding, hij wilde zijn treinkaartje en identiteitsbewijs niet laten zien en rende weg. De politie rende achter hem aan en er ontstond een worsteling. De jongen zegt dat hij helemaal niet geworsteld heeft en dat hij al aan het rennen was voordat de agenten naar hem toe kwamen. Ook wil de jongen even wijzen op camerabeelden, want volgens hem is daarop wel te zien dat er helemaal niets aan de hand was: ‘Het is allemaal niet gebeurd weet je.’

1x3wmq.jpg

De jongen heeft een enorm strafblad, met delicten in Nederland en Engeland. Toch werkt hij nergens mee aan hulp: ‘Ik wil mijn eigen problemen oplossen, daar heb ik geen afspraken voor nodig.’ Maar volgens de Officier van Justitie lijkt het nou niet alsof de jongen zijn leven lekker op de rails heeft.

 

De rechter wil van de jongen weten waarom hij niet wil meewerken aan de hulp. Dat kan de jongen ons wel uitleggen. Toen hij jonger was heeft hij hulp gehad en daar zat hij niet helemaal mee op heen lijn. Volgens de jongen hebben ze hem beloofd dat ze een goed woordje voor hem zouden doen. Maar daar merkt hij dus helemaal niets van, toch een beetje teleurstellend vind hij.

Daarna is de advocaat aan het woord: ook hij begint over de camerabeelden, die waren op z’n minst verduidelijkend geweest. Waarom die niet gebruikt worden was mij ook onduidelijk, maar de Officier van Justitie legt uit dat dit niet nodig is. Er is een soort speciale regel dat ze ervan uitgaan dat politieagenten goed kunnen vertellen wat er gebeurt is en daar baseren ze zich op.

Unknown-2.jpeg

Toch blijft de advocaat nog even doorgaan over die camerabeelden en ook de jongen mengt zich en zegt: ‘ik wil mezelf op de camera zien’. Na een welles-nietes spelletje tussen de Officier van Justitie en de advocaat zegt de advocaat: ‘Ik wil niet weer over de camerabeelden beginnen, maar ik vind het toch een gemiste kans.’

De politie-agenten die in de zaal zitten kijken op hun horloge, het duurt ook wel erg lang eigenlijk. De Officier van Justitie en de advocaat blijven dimdammen over die camerabeelden en ook de jongen vraagt er nog een keer naar.

Uiteindelijk komt de rechter toch met haar uitspraak: de jongen moet 8 weken de gevangenis in en de schade van de agenten betalen. De jongen begint alweer onverstaanbaar te praten. De rechter vraagt of hij stil wil blijven en de advocaat legt zuchtend een hand op de schouder van de jongen ‘Even sttttt…..’

Als de rechter uitgesproken is, neemt de jongen toch nog even het woord: ‘Ik wil sowieso in een heel hoog beroep.’ Maar voor nu brengen de agenten hem eerst terug naar zijn cel.

In de zaal: chocoladelover

In de zaal: chocoladelover

Ik zit vandaag alweer klaar in de rechtszaal van de rechtbank Den Haag voor een zaak van de politierechter. Net als ik me afvraag of het zo gaat beginnen begint de rechter te vertellen dat ze net een mailtje heeft gekregen van de volgende verdachte: meneer is ziek dus kan niet komen. Hij schrijft in de mail dat hij het erg vervelend vindt maar dat zijn begeleider wel kwam, bleek dat die er ook niet was. De rechter vroeg de bode om dit nog even extra te controleren, maar er was echt niemand. 

Lees verder “In de zaal: chocoladelover”